Prediker 1

18-01-2022

Vluchtigheid van alle aardse dingen

1 De woorden van Prediker, de zoon van David, koning in Jeruzalem. 

2 Een en al vluchtigheid, zegt Prediker, een en al vluchtigheid, alles is vluchtig.

Eigenlijk begint Prediker meteen al met de conclusie van zijn onderzoek (vers 2). 'Een en al vluchtigheid' - Letterlijk: vluchtigheid der vluchtigheden. Dit is een Hebreeuwse overtreffende trap wat inhoudt dat er verwezen wordt naar de allergrootste vluchtigheid. Wanneer er over God gesproken wordt als de heilige der heiligen, zegt de Bijbel eigenlijk dat er niemand anders is die heiliger is dan Hij. Het Hebreeuwse woord voor vluchtigheid is Hebel of Habel en betekent letterlijk 'damp'. Net zoals de wolken er prachtig uitzien maar in werkelijk wanneer je het probeert vast te pakken lucht zijn, zo is ook het leven stelt Prediker. Eén en al vluchtigheid, lucht en leegte. 

In vers 1 worden de auteur (Prediker),  titel (zoon van David) en datering (koning in Jeruzalem) benoemd. Het is hoogstwaarschijnlijk Salomo geweest die Prediker heeft geschreven. In dat geval zou het boek geschreven zijn in de periode waarin hij volgens de Bijbelse chronologie zou hebben geregeerd, namelijk van +/- 970- tot 931 voor Christus. Prediker is genoemd naar het eerste vers van het boek. In het Hebreeuws wordt hier de term Kohelet gebruikt en is te vertalen met filosoof, leraar of gespreksleider. 

3 Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen waarmee hij zwoegt onder de zon?

4 De ene generatie gaat en de andere generatie komt, maar de aarde blijft voor eeuwig bestaan.

5 De zon gaat op, de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij opging.

6 De wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden. Al draaiend en draaiend gaat de wind, en al draaiend keert de wind weer terug.

7 Alle rivieren gaan naar de zee, toch raakt de zee niet vol. Naar de plaats vanwaar de rivieren kwamen, daarheen keren zij terug, om vandaar weer te gaan stromen. 

Het woord 'voordeel' wat Prediker in vers 3 gebruikt stamt af uit de handel en betekent winst. Of met andere woorden; wat er aan het einde overblijft. 'Onder de zon' verwijst naar de wereld en de mensheid in haar gevallen staat. Deze uitdrukking komt bijna dertig keer in het boek voor.

Vervolgens beschrijft Prediker de vluchtigheid van de natuur. Hij beschrijft verschillende seizoenen en kringloopprocessen die nooit iets nieuws opleveren. Beweging is niet automatisch vooruitgang en daarom zegt Prediker dat ook dit doelloos is.

8 Alle dingen zijn zo vermoeiend, dat niemand het kan uitspreken. Het oog wordt niet verzadigd van zien, het oor wordt niet vol van horen. 

9 Wat er geweest is, dat zal er weer zijn. Wat er plaatsvindt, dat zal weer plaatsvinden. Er is niets nieuws onder de zon.

10 Is er iets waarvan men kan zeggen: Kijk eens, dat is nieuw? In de eeuwen die voor ons zijn, is het er al geweest.

11 Er is geen herinnering aan de vroegere dingen. Ook aan de latere dingen, die nog komen, zal geen herinnering zijn bij hen die daarna komen.

Ken jij ook die periodes waarin je één liedje constant op repeat hebt staan totdat je hem zo vaak heb beluisterd dat je hem niet meer kunt aanhoren? Een film kijk ik hooguit twee keer omdat ik er daarna niks meer aan vind. Als mensen zijn we constant opzoek naar nieuwe prikkels wanneer het oude bekend is geworden. Constant streven we naar meer en beter. De iPhone 13 is maar net uit en binnen de kortste keren is er weer een nieuwere, betere versie. Aardse dingen verzadigen niet (volledig), dit is waar vers 8 over gaat. Er is echter wel verzadiging te vinden in God, Psalm 16:8-9: 'Steeds houd ik de Heer voor ogen, met Hem aan mijn zijde wankel ik niet. Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.'

'Is er iets waarvan men kan zeggen: Kijk eens, dat is nieuw?  (vers 10)' Verandering is niet per definitie nieuw. Alles op aarde blijft onderworpen aan de wetten die God in de schepping heeft gelegd. God beloofd in Zijn woord dat er een dag zal komen dat Hij alles nieuw zal maken (Openbaringen 21:5). Er komt een nieuwe schepping (2 Korinthe 5:17), een nieuw lied (Openbaringen 5:9, 14:3) en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Openbaringen 21:1). 

Andere vertalingen zeggen in vers 11 het volgende; 'Er is geen herinnering aan de mensen van vroeger, noch aan hen die later komen.' (NBV, WV). Er wordt in vers 11 dus gesproken over generaties. En ook dit is doelloos omdat er geen herinneringen zijn van de vroegere generaties en de generaties die nog gaan komen. 

12 Ik, Prediker, was koning over Israël in Jeruzalem. 

13 Ik legde mij met heel mijn hart erop toe met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren alles wat er onder de hemel plaatsvindt. Dat is een treurige bezigheid, die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich ermee te vermoeien. 

14 Ik heb alle werkzaamheden gezien die er onder de zon plaatsvinden, en zie, het was alles vluchtig en najagen van de wind.

In vers 12 tot 18 beschrijft Prediker de vluchtigheid van wijsheid en kennis. In vers 13 legt hij de methode voor zijn onderzoek uit. Hij zegt dat hij met heel zijn hart, dus niet alleen rationeel (onderzoek) en met wijsheid heeft onderzocht (diepgaand onderzoek) en heeft nagespeurd (uitgebreid onderzoek). Verderop in vers 14 staat er dat hij alle werkzaamheden gezien heeft, zijn onderzoek is dus niet gebaseerd op een steekproef. 

15 Het kromme kan niet rechtgemaakt worden en wat ontbreekt, kan niet meegeteld worden.

16 Ik overwoog in mijn hart: Zie, ik heb mijn wijsheid vergroot en vermeerderd, meer dan allen die vóór mij in Jeruzalem geweest zijn de hunne. Mijn hart heeft veel wijsheid en kennis ontdekt.

17 Ik legde mij met heel mijn hart erop toe wijsheid te kennen, en onverstand en dwaasheid te leren kennen. Ik merkte dat ook dit slechts najagen van wind is. 

18 Want in veel wijsheid zit veel verdriet. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert leed.

'Het kromme' ook wel vertaald met ondoorgrondelijke kan niet recht gemaakt worden. God geeft blijkbaar niet alle antwoorden over het (menselijk) leven. Wij kunnen fundamenteel niets oplossen, veranderen of toevoegen. 

In vers 16 wordt gesproken over de wijsheid van Prediker, dat die groter is dan allen die voor hem in Jeruzalem geweest zijn. Denk hierbij aan David en de Kanaänitische koningen die in Jeruzalem hebben gewoond voor de inname van de stad door David, zoals Melchisedek (Genesis 14:18) en Adonisedek (Jozua 10:1). 

Wijsheid en kennis geeft meer inzicht in de ellende en zonde van de wereld en brengt daarom verdriet en leed met zich mee (vers 18). Voor wie God kent ligt dit anders. Wie kennis van God vermeerdert, vermeerdert vreugde. Zo is er:

  • Kennis van (de) behoudenis (Lukas 1:77)
  • Kennis van de liefde van Christus (Efeze 3:19)
  • Kennis van Zijn wil (Kolossenzen 1:9)
  • Kennis van God (Romeinen 11:33)

'...want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt.'(Jesaja 11:9). Dit zal zijn wanneer God op aarde regeert.



Share
© 2024 Esther Brady. Alle rechten voorbehouden.
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin